Het is zondagmiddag en ik ben alleen thuis. Ik geniet van deze momenten, onontbeerlijke momenten die ik nodig heb als reflectie voor mezelf, maar ook om me weer voor te bereiden op een nieuwe week. De afgelopen week was er één waarin ik weer even werd teruggeworpen naar 28 jaar geleden.

Het was dinsdag 28 januari 1992, de dag waarop mijn vader overleed. Ook al is het 28 jaar geleden, ik herinner het me nog als de dag van gisteren. Mijn vader ging naar het ziekenhuis voor een behandeling voor zijn hernia. Niets wees erop dat het fout kon gaan, een routineklus, dus ik maakte me ook in het geheel geen zorgen, we zouden die avond naar het ziekenhuis gaan om hem te bezoeken.

Het liep alleen allemaal anders, mijn vader kreeg gedurende de behandeling een hartstilstand. Mijn moeder en ik gingen zo snel als mogelijk was naar het ziekenhuis, nog niet wetende wat ons te wachten stond. Wachten, ja dat was wat we deden, wachten op wat komen ging, met hoop in ons hart. Wat duurt wachten dan lang, zeker als je niet weet wat komen gaat, maar ik voelde binnen in mij de hoop veranderen in angst. Het duurde zó lang en ik kan me nog goed het moment herinneren dat er een delegatie van artsen de kamer binnenkwam waar wij zaten te wachten. Soms zijn woorden niet meer nodig, dan voel je van binnen al wat komen gaat. Ze hebben mijn vader een hele poos gereanimeerd, maar het mocht niet meer baten.

Wat je dan voelt is niet in woorden uit te drukken, dit gevoel kende ik niet, maar was zo overweldigend en verlammend. Tegelijkertijd kwam er ook een oerkracht in mij naar boven. Mijn moeder kon dit niet alleen, ik moest haar helpen, want wat moest er veel gebeuren. Mijn broer zien te bereiken die in Amerika op vakantie was en zorgen dat hij terug naar Nederland kwam. Familie en vrienden bellen, een uitvaart regelen, je hebt het misschien zelf ook ooit meegemaakt. Ik onderdrukte mijn gevoel, mijn verdriet, ik moest er immers voor mijn moeder zijn.

Ik deed het allemaal in een soort waas, maar ook met momenten van pijnlijk besef dat de vader waar ik een sterke band mee had er niet meer was. Momenten van boosheid waarop ik het wel uit wilde schreeuwen omdat ik maar niet kon accepteren dat juist hem dit was overkomen. Hoe moest ik nu verder? Ik was 26 jaar en besefte me toen nog niet wat er zou komen en dat is soms maar goed ook. Tijd heelt alle wonden zeggen ze. Ja het zal wel, maar ik had ook graag gewild dat mijn vader de geboorte van mijn kinderen mee had kunnen maken en andere belangrijke momenten in ons leven. En dan heb je ook te dealen met het onbegrip van mensen dat je nog steeds wel eens verdrietig bent, want het is toch al jaren geleden. Het is niet uit te leggen aan anderen als je dit niet zelf hebt meegemaakt. Ik neem het zo ook niet kwalijk.

Verder gaan met je leven na een overlijden klinkt heel simpel, maar dat is het niet, want niets is meer hetzelfde. Diegene waar je zo veel van houdt is niet meer aanwezig in je dagelijks leven. Diegene heeft merktekens achtergelaten, leeft voort in jouw manier van doen, de dingen die je waardevol vindt in het leven, je gevoelens. De liefde is er nog wel, maar je kunt nergens heen met die liefde. Dat maakt rouw zo rauw. Het is overleven geworden en daar kun je alle hulp bij gebruiken.

Denk eens aan de mensen om je heen die hier mee te maken hebben of hebben gehad en heb aandacht voor ze. Het zit in de kleine dingen, een telefoontje, een kaartje, doe een boodschap voor hen of ga ernaartoe om een kopje koffie met hen te drinken en luister. Luister naar hen, luisteren is heel waardevol. Het is niet gemakkelijk, maar nog moeilijker voor de mensen die er middenin zitten.